Nu het buiten vriest en sneeuwt, is dit het uitgelezen moment voor ons nationale gerecht. Eerder vond ik de return on investment altijd wat tegenvallen, maar dat kwam door de klassieke beginnersfout: men maakt gewoon niet genoeg! Het leent zich ook prima om in te vriezen, en geen zorgen, er zit weinig nitraat in. Of alles opeten, dat kan ook. Affijn, sans further ado:
1. Waterkoker vullen met water en boerenkool in de pan. Helaas past dat niet, en als u eenmaal klaar bent zult u zich afvragen waar het allemaal gebleven is. Dus u vult de pan voor zover mogelijk. Dan 2 liter kokend water erbij, et voilà, er is pardoes ruimte. Afvullen met de rest van de boerenkool en nog een liter kokend water. Had u dit met koud water gedaan, dan had u een extra pan nodig gehad. Wat ook prima is, maar het levert meer afwas op. Deksel schuin erop, en op het vuur. Dit moet zo 25-30 minuten koken in totaal, maar als het nog niet eerder gevroren heeft kan het zijn dat de boerenkool nog taai is. Dan eventueel 10 minuten langer door laten garen.

2. Piepers jassen. Daar heeft u uiteraard een hekel aan, dus u koopt voorgeschilde "stamppot" aardappelen. Of u gaat daadwerkelijk schillen, maar koop dan grote kruimige aardappelen van uitstekende kwaliteit, anders gooit u met wat pech driekwart weg of houdt u onvoldoende over. De juiste verhouding boerenkool/aardappelen zou ergens tussen de 0.5 en 0.25 moeten liggen. De aardappelen gaan in de pan, en aangezien u die waterkoker toch heeft, warm water erbij. De aardappelen moeten zo'n 15 minuten koken, niet veel langer want dan wordt het pap, en dat giet erg lastig af.

3. Terwijl uw aardappelen beginnen te koken, vul de waterkoker nogmaals indien nodig, en leg de rookworst in de pan. Uiteraard een van Unox, want het moet natuurlijk wel oer-Hollands blijven. Wat de verpakking ook zegt, komt u vooral niet de verleiding om dit in de magnetron te doen, want dan barst het vel eraf en hebt u wel een ernstig naakte rookworst. Runderrookworst valt ook niet aan te bevelen, die is wat aan de taaie kant. Als uw aardappelen inmiddels aan de kook zijn hebt u nu een kwartier om de tafel te dekken.

4. Met een vork kunt u controleren of de aardappelen gaar zijn. Hebt u inmiddels een gele pap, dan bent u te laat. Giet de aardappelen af. Als uw timing goed was, is de boerenkool nu ook gaar, dus u kunt deze ook afgieten. Pas op, met al dat water erin is het nu wel een zware bedoening geworden.

5. Voeg de afgegoten aardappelen bij de afgegoten boerenkool. Esthetisch gezien was andersom mooier geweest, maar u zult merken dat dat niet in de pan past. Voeg een klontje boter en een scheutje melk toe, en wat peper en zout. Neemt u uw stampgerei, en gaat u als een woeste holbewoner te werk. Al vlug maakt het niet bijzonder veel meer uit wat boven en onder is. Blijft u dit doen tot u een enigzins egale groene pulp heeft.
6. Haal de rookworst uit het water, haal deze uit de verpakking en snij deze aan. U kunt deze eventueel in schijfjes in de groene massa verstoppen, doch als u deze denkt te gaan opwarmen in de magnetron later, of te gaan invriezen, bewaar de rookworst dan apart.
7. U kunt opdienen. Mocht het iets aan de flauwe kant zijn, dan heeft u niet genoeg zout gebruikt, maar dat is gelukkig eenvoudig achteraf te verhelpen. Smakelijk eten!
